Makdoembaks

Makdoembaks | Sint Jago |

  • De Aprilmoorden

    In het kader van de openheid van zaken die de SEOC beoogt te bewerkstelligen met haar verzoek en deze ondersteunende publicatie, heeft zij besloten het historisch materiaal ter inzage beschikbaar te stellen bij deze publicatie. Het zou te ver voeren om alle documenten als bijlagen in het boek op te nemen, daarom is ervoor gekozen digitale versies van de documenten...

    Volledig artikel ...

    Nieuwe SEOC publicatie Nizaar Makdoembaks

    Ter gelegenheid van de herdenking van de moord op 15 Chinese stokers van de CPIM op 20 april 1942 presenteert arts-onderzoeker en SEOC voorzitter Nizaar Makdoembaks een nieuw boek over deze wandaad. Het boek De Aprilmoorden, dient ter ondersteuning van een verzoek van de SEOC aan de Nederlandse staat om de 15 vermoorde Rotterdam-Chinezen na 70 jaar eindelijk als oorlogsslachtoffers te erkennen en hun nabestaanden naar die status te behandelen.
    Op 21 maart 2012 ging de Curaçaose overheid akkoord met een verzoek van de SEOC om 20 april uit te roepen tot Herdenkingsdag “De Aprilmoorden” (Besluit Raad van Ministers, 21 maart 2012, Zaaknummer: 2012/15692). Na de inwijding van begraafplaats Kolebra Bèrdè (2003), de aanmerking van die locatie als Nationaal Monument (2007) en het volledig opknappen en renoveren van de laatste rustplaats van de vijftien Chinese stokers (2003-2010) is het uitroepen van 20 april tot Herdenkingsdag De Aprilmoorden de kroon op het werk van de SEOC op Curaçao. Het is nu aan de Nederlandse staat om zich, na 70 jaar, van haar beste kant te laten zien en de erkenning die de vermoorde stakers de afgelopen jaren ten deel is gevallen aan te vullen met haar eigen aandeel.

    De historische bronnen

    In het kader van de openheid van zaken die de SEOC beoogt te bewerkstelligen met haar verzoek en deze ondersteunende publicatie, heeft zij besloten het historisch materiaal ter inzage beschikbaar te stellen bij deze publicatie. Het zou te ver voeren om alle documenten als bijlagen in het boek op te nemen, daarom is ervoor gekozen digitale versies van de documenten overzichtelijk gerangschikt te presenteren op deze website. U vindt die bronnen op de pagina Bijlage II.

    NB. Nog niet alle documenten zijn geschikt voor webpublicatie; in de loop van de maand april zullen de ontbrekende stukken beschikbaar gemaakt worden.

  • Louis Doedel

    Nizaar Makdoembaks nam de geschiedenis van Louis Doedel als uitgangspunt voor een publicatie die feitelijk over koloniale dictatuur en het racisme van de jaren dertig en veertig gaan. Zijn aandacht ging in het bijzonder uit naar de manier waarop de Nederlandse politiek, en met name de SDAP, daar mee omging.

    Volledig artikel ...

    Nizaar Makdoembaks nam de geschiedenis van Louis Doedel als uitgangspunt voor een publicatie die feitelijk over koloniale dictatuur en het racisme van de jaren dertig en veertig gaan. Zijn aandacht ging in het bijzonder uit naar de manier waarop de Nederlandse politiek, en met name de SDAP, daar mee omging.

    De Surinamer Louis Doedel was actief lid van de Nederlandse SDAP, de voorloper van de Partij van de Arbeid, en kwam in de crisisjaren op voor werklozen en kleine boeren op Curaçao en in Suriname. Dit werd hem niet in dank afgenomen.

    Onder het mom van een verkeersovertreding op de Koningin Wilhelminabrug liet landvoogd Van Slobbe hem in 1931 van Curaçao verwijderen. Toen hij vervolgens in Suriname politiek actief werd en aan de wieg van de SAWO, Surinames eerste vakbond, kwam te staan, werd hij door het Surinaamse koloniaal bestuur met medewerking van de Nederlandse regering opgeborgen in een psychiatrische inrichting. Daar werd hij 43 jaar lang vastgehouden. Enkele dagen na zijn vrijlating begin januari 1980 kwam hij te overlijden.

    Makdoembaks is vanuit zijn achtergrond als huisarts (hij had jarenlang een praktijk in de Bijlmer) zeer goed op de hoogte van de criteria voor het inzetten van de psychiatrie en de consequenties ervan. Hij betoogt in deze studie dat Doedel ten onrechte opgesloten zat omdat nooit duidelijk is geworden of diens handelen voortkwam uit een psychische stoornis danwel gedreven woede over de behandeling van arbeiders en de bevolking van Suriname. Makdoembaks stelt dat opsluiten in de psychiatrie een beproefde methode van het koloniaal bestuur was om zich te ontdoen van tegenstanders.


     

    Doedel onderzoek
    Waar het aan ontbreekt in Makdoembaks' bewijsvoering is het medisch dossier van Doedel. Dit wordt al decennialang stelselmatig achter slot en grendel gehouden door het Ministerie van Justitie en Politie in Suriname, dat er beslag op liet leggen na de dood van Doedel in 1980. Noch Makdoembaks, noch één van de andere onderzoekers die Doedels geschiedenis hebben willen ontrafelen zijn erin geslaagd dit document van de overheid los te krijgen. Om ondanks dit hiaat in de beschikbare kennis toch een zo compleet mogelijk beeld van de zaak Doedel te krijgen is Makdoembaks sinds eind 2009 bezig de archieven van het Ministerie van Koloniën en de gouverneurs van de Antillen en Suriname helemaal te doorzoeken op achtergebleven sporen van Doedel en materiaal om de context van diens leven beter te kunnen duiden en beschrijven.

    Gegevens
    Nizaar Makdoembaks
    Psychiatrie – een dodelijk wapen tegen de dissidente SDAP’er Louis Doedel
    Het Koningin Wilhelminabrugincident

    Het Tribunaal; Amstelveen
    2008; 131 pagina’s
    ISBN 97- 890810890-6-7
    Onder meer hier te verkrijgen (€19,95 excl. verzendkosten).

  • Goelag in de Indische Archipel

    Op 7 april 2008 presenteerde Nizaar Makdoembaks deze studie van 510 pagina's over verborgen geschiedenis van het Konkrijk der Nederlanden gedurende de Tweede Wereldoorlog. Een groot deel van dit boek is gewijd aan de Februari staking op Curaçao die jaarlijks door de SEOC herdacht wordt.

    Volledig artikel ...

    Op 7 april 2008 presenteerde Nizaar Makdoembaks deze studie van 510 pagina's over verborgen geschiedenis van het Konkrijk der Nederlanden gedurende de Tweede Wereldoorlog. Een groot deel van dit boek is gewijd aan de Februari staking op Curaçao die jaarlijks door de SEOC herdacht wordt.

    Europa en haar koloniën danken hun bevrijding in WO II voor een belangrijk deel aan Suriname, de Antillen en Nederlands-Indië. De productie van bauxiet in Suriname en benzine in Curaçao waren van groot belang voor de geallieerde oorlogsmachine in Noord-Afrika en later Europa. Het in de vaart houden van de schepen van de Koninklijke Paketvaart Maatschappij in het Oosten droeg bij aan de strijd tegen Japan.

    Het functioneren van deze Nederlandse ondernemingen werd veiliggesteld door stakers te behandelen als staatsvijanden. Zowel en Oost- als in West Indië sloot de koloniale overheid stakers zonder pardon op in kampen. In 1942 eindigde een staking van Chinese stokers aan boord van CPM (Shell) tankers op Curaçao in een bloedbad. Inheemse stakers in Oost Indië werden tussen de Japanse krijgsgevangenen gezet in kampen in Australië. Ook de naar Suriname en Curaçao vluchtende Nederlandse Joden konden daarom niet terecht in de overzeese gebieden. Ieder vraagstuk dat zich door de oorlog aandiende, waaronder ook de opvang van duizenden Joods Nederlandse vluchtelingen overzee, was over de regering in Londen ondergeschikt aan het veiligstellen van de genoemde industriën. Officieel heette het dat hieraan gerelateerde beslissingen genomen werden in het belang van de oorlog tegen de Nazi's en de Japanners.

    Makdoembaks toont in zijn boek echter op overtuigende wijze aan dat de ware achtergrond bij het breken van de stakingen met geweld en internering, en het talmen met de opname of het ronduit weigeren van Joodse vluchtelingen een heel andere was. De Nederlandse overheid in ballingschap was zo bang haar grip op de koloniën te verliezen dat zij er alles aan deed om de grote maar antikoloniale bondgenoot Amerika te vriend te houden, onder meer door bauxiet en olie industriën voorrang op alles te geven. De VS ging ondertussen zo ver de oorlog te gebruiken om een bezetting van Suriname en de Antillen te legitimeren die als einddoel had deze gebiedsdelen na de oorlog richting onafhankelijkheid te drijven. Daarom was het verborgen motief van de Nederlandse regering in ballingschap het behouden van de Oost en de West voor het Koninkrijk na de oorlog. En als het motief verborgen is mag vanzelfsprekend de latere geschiedschrijving niet ineens openheid geven. Zo kon het gebeuren dat bij de waarheidsvinding, in casu de Parlementaire Enquete Regeringsbeleid 1940-1945 en de omvangrijke studie van Dr. L. de Jong, grote hiaten in de verzamelde kennis over beslissingen en motivering ontstonden. Met het verschijnen van Goelag in de Indische Archipel zijn deze hiaten gevuld. Met deze studie in de hand kan de weg naar rehabilitatie van de slachtoffers worden vervolgd.

    Gegevens
    Nizaar Makdoembaks
    Goelag in de Indische Archipel
    Joden en Stakers in 1942 staatsvijanden van bezet Koninkrijk der Nederlanden

    Het Tribunaal; Amstelveen
    2008; 510 pagina’s
    ISBN 97- 890810890-6-7
    Onder meer hier te verkrijgen (€29,95 excl. verzendkosten).

     

     

  • Biografie Makdoembaks

    Nizaar Makdoembaks (1948) groeide op in Abrabroki (Over de brug, Poelepantjebrug), een arme wijk van Paramaribo, waar hij tegen de wil van zijn Hindoestaanse ouders met Creoolse jongens speelde. De verplichte Koranlessen verzuimde hij omdat hij het Arabisch niet verstond. Na schooltijd werkte hij als tuinman bij de familie Eddy Theodorus Lee en de katholieke Fatima parochie aan de Calcuttastraat.

    Volledig artikel ...

    Voorzitter SEOC: A.M.N. Makdoembaks

    Nizaar Makdoembaks (1948) groeide op in Abrabroki (Over de brug, Poelepantjebrug), een arme wijk van Paramaribo, waar hij tegen de wil van zijn Hindoestaanse ouders met Creoolse jongens speelde. De verplichte Koranlessen verzuimde hij omdat hij het Arabisch niet verstond. Na schooltijd werkte hij als tuinman bij de familie Eddy Theodorus Lee en de katholieke Fatima parochie aan de Calcuttastraat.

    In de tuin van de Fatimaparochie (1960) was
    Nizaar onafscheidelijk van zijn beste vriend;
    hier op zijn schouder.

    Op zijn vijftiende liep hij van huis weg en werd voor een jaar van de Muloschool (Calorschool) gestuurd. Hij zat in een internaat (Rajpur), werkte als sanitairverkoper bij de firma S.D. Tewarie en sjouwer bij de KNSM-haven, en had als kunstschilder een expositie in de Palmentuin. In de avonduren leerde hij voor laborant bij Bureau Openbare Gezondheidszorg (BOG). Via Jaggernath Lachmon, de leider van de Hindoestaanse partij waarvoor zijn vader actief was, kreeg hij in 1968 een beurs om in Leiden te studeren voor (hij wist in de verste verte niet wat het was) histocytopathologisch analist.

    Op 20 augustus 1998 werd in Hotel Mercure te Amsterdem de heer
    Jaggernath Lachmon door de Makdoembaks bedankt voor zijn inzet bij
    het verkrijgen van de studiebeurs in 1968.
    Tijdens zijn opleiding tot medisch analist werd Makdoembaks lid van de Surinaamse Studenten Unie in Leiden, bestuurd door onder anderen de heren Ruben Lie Paw Sam (huisarts) en Eddy Jharap (geoloog).

    Oud-kameraad Jharap (oprichter Staatsolie) en echtgenote worden op
    4 augustus 2002, na de Jaggernath Lachmon Kwakoe Award in
    ontvangst te hebben genomen, door Makdoembaks begroet.

    Eind 1968 nam Makdoembaks deel aan de demonstratie in Den Haag
    van de SSU en Manan tegen de regering Pengel.
    In 1969 werd hij gearresteerd en veroordeeld omdat hij demonstreerde bij het Antillenhuis voor vrijlating van de Curaçaose stakingsleider Papa Godett.

    Nizaar Makdoembaks met Afrokapsel en SSU-button
    vlak voor de Antillenhuisdemonstratie in 1969.
    Na zijn Leidse HBO-opleiding kon hij in 1972 via een colloquium doctum medicijnen gaan studeren aan de Vrije Universiteit. Hij specialiseerde zich in 1979 in kindergeneeskunde, maar zag daar van af omdat er te weinig kinderen geboren werden, zodat werkloosheid dreigde. Hij nam eerst enige jaren als arts waar te Amstelveen en begin jaren tachtig specialiseerde hij zich tot huisarts. In deze periode weigerden drie autochtone huisartsen, Dr.J. Post, Dr.Th.J.M. Beijerink en Dr. Rijpma van het Huisartsen Instituut der Vrije Universiteit te Amsterdam, hem een stageplaats, omdat hij een Surinamer is. Gediplomeerd als huisarts vestigde hij zich in ’84 tegen de zin van het Ziekenfonds Amsterdam en Omstreken en zijn autochtone collegae (die hij van racisme betichtte, waarvoor hij door het Medisch Tuchtcollege drie maanden geschorst werd) in de Bijlmer. Hij werkte er tot 2003 en beleefde er van 1998 tot 2006 een tumultueuze loopbaan als deelraadslid van zijn politieke groepering Solidariteit Zuidoost. Op zijn conto schrijft hij onder meer: de doorbraak in de parlementaire enquête naar de medische gevolgen van de Bijlmervliegramp; de aandacht voor het veelvuldig voorkomen van suikerziekte en hoge bloeddruk onder immigranten resulterend in het SUNSET onderzoek van het Academisch Medisch Centrum; de GGD huisartsennachtdienst met bodyguard in Amsterdam; adequater zorg voor zieke illegale arbeiders; de controle door de GGD op koeltorens in verband met legionella; en het vaderschap van de voedselbanken. Ooit stond hij in de schijnwerpers van de internationale pers door als dokter in de Bijlmer brood uit te delen onder de armen. "Jonge meisjes prostitueerden zich omdat ze honger hadden! Koningin Beatrix vroeg aan minister Ad Melkert of het echt zo erg was met de armoede in Zuidoost, maar die zei dat het een verkiezingsstunt van mij was." Nu is hij arts-onderzoeker en historicus en houdt zich bezig met de wetenschappelijke analyse en publicatie van maatschappelijke vraagstukken.